Groeimaand

Mei

Genoemd naar de Griekse moedergodin Maia is mei voor de Nederlandse natuurliefhebber een drukke maand. Vrijwel alle vogels broeden of voeren jongen. De laatste langeafstandstrekkers, vogels en vlinders, zijn terug uit Afrika. De bomen staan in blad, het aantal bloeiende planten stijgt met zo’n 30 procent, ruim 240 soorten erbij. Insectenlarven eten zich te berste aan jong blad; de volwassenen verzamelen stuifmeel. Nachtvorst rond de ijsheiligen begint uitzonderlijk te worden. De gemiddelde temperatuur is 2,2 graad opgelopen tot ongeveer 15,5 graden. Zonne-uren schommelen nogal, ergens tussen de 220 en 285.

Kijken, deze maand

  1. In de berm en het bos: koekoeksbloem, bosaardbei, zevenblad, klaver, kamille, lelietje-van-dalen, margriet, vingerhoedskruid.
  2. Bomen: zomereik, meidoorn, paardenkastanje, lijsterbes, vogelkers. Op de Wadden: Engels gras en duinroos.
  3. Late trekkers: distelvlinder en atalanta uit Afrika; bij de vogels bosrietzanger, spotvogel, boerenzwaluw, huiszwaluw, bonte vliegenvanger.
  4. Eind mei is er al kans dat de koekoek ons weer verlaat. Die heeft zijn jongen toevertrouwd aan graspieper, heggemus of kleine karekiet.

Nieuwsbrief #167, De groeimaand mei. Dit is geen boektekst en geen inhoudsopgave. De volledige maand zit in hetboek. De brieven en de podcast staan opmennoenerwin.nl.